Een windturbine is simpel gezegd een grote ventilator die tegenovergesteld werkt: in plaats van elektriciteit om te zetten in wind, wordt wind omgezet in elektriciteit. Je kunt een windturbine zien als een grote fietsdynamo. De rotorbladen zetten de wind om in een draaiende beweging. De generator zet de draaiende beweging vervolgens om in elektrische spanning. Een transformator verhoogt deze spanning zodat de elektriciteit geschikt is voor het openbare net.
Stopcontacten op zee
Daarmee is de stroom natuurlijk nog niet bij jou thuis. De opgewekte elektriciteit moet nog naar land worden getransporteerd. Dat gaat via kabels op de bodem van de Noordzee. Windmolenbouwers moeten nu voor ieder nieuw park zelf de kabels aanleggen en betalen. Dat is erg duur. Daarom pleit Zeekracht voor het aanleggen van zogenaamde ‘stopcontacten op zee’. De overheid zou op bepaalde punten in de Noordzee transformatiestations aan moeten leggen en daarvandaan kabels naar land trekken. De nieuwe windparken kunnen dan aansluiten op deze stopcontacten.
Hoe hoger, hoe meer stroom
Hoge bomen vangen veel wind, dat geldt ook voor windmolens. Daarom staan moderne windturbines op zee op palen van ongeveer 90 meter hoog. De rotorbladen hebben een lengte tot ongeveer 63 meter. De totale hoogte van de windturbine, inclusief rotorbladen, is ongeveer 150 meter. Windmolens zijn groot, maar zullen het uitzicht vanaf het strand niet verpesten. De windmolens komen ruim 20 kilometer uit de kust te staan en zijn vanaf land niet of nauwelijks zichtbaar..
Windkracht
Een windmolen begint al te draaien bij windkracht 2 op ashoogte, op de grond waait het dan vaak nog veel minder of helemaal niet. Naarmate het harder waait levert de molen meer stroom. Het maximale vermogen wordt bereikt bij windkracht 6. Bij hogere windsnelheid blijft het vermogen gelijk. Bij windkracht 9-10 stopt de turbine, de belasting is dan te groot. In de praktijk betekent dit dat een windmolen bijna altijd stroom levert. Gemiddeld staan windturbines door onderhoud (2x2 dagen per jaar) en storingen maximaal 2 procent van de tijd stil, dat is dus maar 7 dagen per jaar.
