8 december 2009 was het zover. De eerste officiële ledenraadvergadering. Dé gelegenheid voor de leden om mee te praten en zich uit te spreken over het jaarplan en het meerjarenplan. Ruim 40 leden waren speciaal naar Utrecht gekomen om hun zegje te doen.
Eerder al hadden alle leden de gelegenheid gehad om zich in een ênquete uit te spreken over de plannen die het bestuur van Zeekracht voor de komende jaren heeft opgesteld. 122 leden maakten hiervan gebruik vertelde Michiel Olij van de Stuurgroep; een grote meerderheid van de leden die aan de raadpleging deelnam, onderschrijft de plannen. ‘Wat wel opvalt, is dat de meeste leden meer belang hechten aan de lobbyfunctie van Zeekracht en het verkopen van stroom/bouwen van molens dan aan het vormen van een actieve ‘ community’ rond windenergie’. Daar wilde de zaal ook wel wat over kwijt, zo bleek. Vooral het woord ‘community’ kon op weinig sympathie rekenen. Doe maar gewoon zo was het gevoelen. Communities, business plannen en soortgelijke termen in de plannen mogen wel door gewone Nederlandse termen worden vervangen. Laat al die Engelse kreten maar achterwege.
De plannen kregen ook van de aanwezigen op de ledenraad veel steun. Natuurlijk was er een levendige discussie over tal van onderwerpen. Het leek warempel wel een beetje op een ‘community’ van mensen met een gedeelde passie en ideaal: schonere energie voor een leefbare toekomst. Er was ook ongeduld. ‘ We moeten sneller molens realiseren, was een van de opmerkingen. Het duurt allemaal zo lang.’
Daarover had Arnold Spek van Eneco in zijn presentatie aan het begin van de avond al het nodige verteld. Vergunningprocedures, Milieueffectrapportages, beroep en bezwaar, de Raad van State. Voor je het weet ben je 4 en soms wel 7 jaar verder voor er daadwerkelijk gebouwd kan worden. Spek vertelde ook uitgebreid over de manier waarop windmolens op zee worden gebouwd. En waar overal rekening mee moet worden gehouden. De scheepvaart, de dieren, de vissers. De leden blijken bijzonder geïnteresseerd in alle technische aspecten. “Gaat er niet heel veel stroom verloren tijdens het ransport, als parken 25 km of verder uit de kust liggen?’ Dat blijkt mee te vallen. Tot 25 km blijft het transportverlies beperkt tot zo’n 2-3%.
Terug naar het meerjarenplan. Er passeren tal van vragen en opmerkingen. Moeten er niet meer partners komen naast Eneco en ASN Bank? Mirjam de Rijk, voorzitter van Zeekracht, vertelt dat Zeekracht openstaat voor nieuwe partners, maar dat andere bedrijven lang niet altijd belangstelling hebben, als een concurrent zijn naam al uitdrukkelijk aan een iniatief verbonden heeft. En niet alle bedrijven worden door de leden met open armen ontvangen, zo blijkt. Een van de aanwezigen spreekt zijn veto uit over energiebedrijven als RWE, die volop in kolen investeren. ‘Als die gaan meedoen, ben ik weg....’.
Ook tijdens de presentatie van Joop Oude Lohuis van het Planbureau voor de leefomgeving, blijkt hoezeer de Zeekracht achterban geïnteresseerd is in alle achtergronden van het energie- en klimaatbeleid. Olde Lohuis laat zien dat als we de klimaatdoelen in 2020 willen halen, echt alles uit de kast moet. Alleen duurzame energie en energiebesparing is niet voldoende. Ook CO2-opslag kan bijvoorbeeld niet worden gemist. Het feit dat het planbureau zelfs kernenergie in zijn berekeningen meeneemt, stuit op onbegrip bij de Zeekrachtleden. Maar, zo licht Oude Lohuis toe, het Planbureau maakt geen politieke keuzes, maar brengt in kaart met welke middelen CO2-uitstoot kan worden verminderd. SDE-subsidies, het opraken van de gasvoorraad, de toename van elektriciteit als energiebron, bijvoorbeeld voor verwarming en auto’s, de ontwikkeling van de olieprijzen, het komt allemaal voorbij in een half uur tijd. En de zaal was graag nog veel langer doorgegaan met het geanimeerde gesprek.....
